Wij gebruiken cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Boer zijn is niet iets dat je doet, boer zijn is iets dat je bent

20705-IMG_4434

Boer zijn is geen baan, het is een levenswijze, elke boer zal dat beamen. Leven in en met de natuur, met de dag en met de seizoenen, de zorg voor je dieren, dat is niet iets dat ophoudt als je de staldeur achter je dichttrekt en je je keuken binnenstapt. Als boer woon je op je bedrijf, vaak zelfs met meerdere generaties tegelijk. Een duidelijker voorbeeld van een familiebedrijf is er bijna niet.

Het boeren zit dan ook bij al onze leden al generaties lang in het bloed en in veel gevallen is ook de volgende generatie alweer werkzaam in het familiebedrijf. Het is een vanzelfsprekendheid die voor een niet-boer wellicht niet altijd te begrijpen is, maar als je opgroeit op de boerderij dan sta je daar zelf niet bij stil. Mee op de trekker het land in, helpen met de koeien of in de kaasmakerij, je rolt er vanzelf in.

Maar boer-zijn en leven met de natuur betekent ook beschikken over een groot aanpassingsvermogen, want ineens is vandaag het perfecte weer om te kuilen en kan je dus niet of pas later naar dat ene leuke feestje. Of het kalven verloopt moeizamer waardoor je er, ook midden in de nacht, bij moet zijn. En is een van je dieren ziek, maak je je zorgen en doe je er alles aan om haar beter te maken.

“In één zo’n kaas valt je hele boerderij en alle generaties samen.”

Voor onze boeren houdt het daarnaast niet op bij de dieren en de melk. Zij kozen ervoor om de melk zelf te verwerken en gaan dus een stap verder door er zelf, op hun eigen boerderij, kaas van te maken. Of, zoals een van onze leden zegt; “Iedereen om ons heen maakte kaas, ik vond dat we niet compleet boer waren zonder kaas te maken”. En ook kaasmaken is niet iets dat je er vrijblijvend naast doet. Melk moet binnen 48 uur na het melken verwerkt worden en het kaasmaken houdt niet op nadat de gevulde kaasvaten onder de persen staan. Na het persen, keren en nogmaals persen, gaan de kazen het pekelbad in en krijgen ze vervolgens de eerste 15 dagen hun onderhoudsbeurten op de boerderij, pas daarna worden ze vervoerd naar het kaaspakhuis van de coöperatie voor verder onderhoud en rijpen.

Grotere boerenbedrijven hebben medewerkers in dienst, de kleinere doen veel voornamelijk zelf. Bij beide zie je vaak dat de diverse generaties meewerken of het werk bijvoorbeeld verdeeld is onder broers. Dan is de een verantwoordelijk voor het vee en de ander voor de kaasmakerij. Zo komt het verleden, heden en toekomst samen.